Online verhaal – Hoofdstuk 18

Een donker en duister gevoel overvalt haar en laat haar wankelen op haar benen. Ze ziet hem staan, maar er is iets anders aan hem. Alsof hij zichzelf niet is, alsof er een andere ziel in zijn lichaam huist. Kippenvel kruipt langzaam over haar benen richting haar armen. De kou krijgt vat op haar, haar angst neemt het over. Hij komt naar haar toe gewandeld, strekt zijn armen om haar aan te raken. Ze weet niet wat ze moet doen, maar ze is er zeker van dat hij haar niet mag aanraken. Ze wil zich omdraaien en wegrennen, maar de kou in haar botten verlamt haar. Ze wil schreeuwen, maar de angst lijkt haar keel dicht te drukken.
Dan is hij ineens heel dichtbij, zijn vingers in aanslag om zich rond haar arm te wikkelen. Ze voelt haar huid nog kouder worden, zo koud dat kippenvel niet meer voldoet. Aan de grond genageld kijkt ze naar de vingers, naar de hand en de rest van het lichaam dat voor haar staat. De duisternis, de kilte, het straalt van hem af. En dan voelt ze zijn aanraking.
Alsof de lucht die ze nog in haar longen had, in een klap weg wordt gerukt. Alsof haar laatste beetje licht wordt opgeslokt door een duisternis. Alsof haar laatste hoop wegvalt en er alleen nog maar plaats is voor haar angst. Deze alles verterende angst die haar lichaam van haar tenen tot aan haar kruin vult…

Door haar eigen schreeuw wordt Liz wakker. Het is donker, leeg om haar heen. De tranen beginnen meteen over haar wangen te lopen en ze klampt zich vast aan haar dekens die om haar heen liggen. Snikkend kruipt ze verder naar achteren in het bed, tot haar rug de muur raakt.
Vrijwel meteen vliegt de deur van de kamer open. Ze herkend de ogen niet die haar verschrikt aanstaren, herkend de stem die haar naam zegt in alle paniek niet. Door haar tranen heen ziet ze alleen een gedaante zich naar haar toe vluchten. Als de armen van de gedaante haar willen vastpakken, schiet ze naar de andere kant van het bed. Ze lijkt gevangen in haar eigen gedachte, haar eigen kooi van duisternis.
‘Liz!’ hoort ze diezelfde stem nog eens zeggen. Deze keer herkend ze de stem meer. Het brengt een beetje rust terug in haar hoofd, geeft een stukje licht in de duisternis. De gedaante strekt zich en voor Liz het weet, klikt er een lichtje naast het bed aan. Een diepe zucht ontsnapt aan haar als ze de gedaante in het licht ziet. Lorenzo.

Ze heeft een wilde blik in haar ogen, haar gezicht onder de tranen. Ze lijkt zo in paniek dat Lorenzo niet weet hoe hij haar het beste gerust kan stellen. Zodra hij het lichtje aan klikte, zag hij dat ze hem herkende. Zijn stem lijkt haar te kalmeren nu, maar om te voorkomen dat hij Liz afschrikt, raakt hij haar nog niet aan.
‘Alles is goed nu. Het was maar een nachtmerrie.’ begint hij te vertellen. Als zijn stem haar rustig maakt, wil hij de hele nacht doorpraten. Al is het maar om ervoor te zorgen dat ze een nacht rustig door kan slapen. ‘Ik ben bij je, je bent niet alleen Liz.’
Hij ziet dat elk woord Liz een beetje dichter op aarde brengt, terug naar de realiteit. Haar gesnik lijkt minder te worden, de blik in haar ogen wat milder. Hij leunt iets naar voren en merkt dat Liz het toelaat, niet meteen wegschiet.
‘Was het dezelfde nachtmerrie? Die je de laatste tijd wel vaker hebt?’ vraagt hij haar. Ze knikt, een teken dat ze bewust is van haar omgeving, dat ze weet dat ze nu wakker is en er niet meer in zit.
Het is allemaal een paar weken geleden begonnen. Toen ze aankwamen in zijn huis in Barcelona, eigenlijk de avond daarna al. Liz slaapt in een kamer die in dezelfde gang ligt als die van Lorenzo. Hij werd wakker van haar gegil en is gelijk naar haar toe gegaan. Hij zag hoe aangeslagen ze was, maar zag ook dat ze in paniek was. Toen hij haar wilde omhelzen, schoot ze weg. Dat was voor hem het eerste leerpunt dat hij haar niet moest aanraken voor ze het zelf toe zou laten. Maar elke keer als de nacht voorbij was, begon Liz niet over de nachtmerrie. Ze heeft hem nog niet verteld waar deze nachtmerrie overgaat. Het enige wat ze na de derde nachtmerrie kwijt wilde, is dat ze hem vaker heeft. Zowat elke nacht, en elke keer dezelfde situatie.

‘Liz, gaat het een beetje?’ vraagt Lorenzo haar. Langzaam knikt ze terwijl ze haar blik naar beneden afwend. Met de punt van de deken in haar hand, veegt ze de tranen weg van haar wang.
‘Kan je me vertellen wie ik ben?’ vraagt hij zachtjes. Weer knikt ze, kijkt dan langzaam omhoog, in zijn ogen.
‘Lorenzo.’ zegt ze zachtjes. Er ontsnapt nog een traan uit haar ooghoek die een weg vindt over haar wang. Lorenzo kruipt over het bed naar haar toe en veegt met zijn duim zachtjes de traan weg. Liz overbrugt de laatste afstand tussen hun in en legt haar hoofd tegen zijn schouder. Lorenzo twijfelt geen moment en slaat zijn armen om haar heen. Zwijgend laat ze de laatste koude rillingen lopen, veilig en vertrouwd in zijn warme sterken armen terwijl hij haar haren aait tot ze helemaal terug is op deze wereld.

Liz slaapt bijna als Lorenzo haar probeert terug te leggen in haar bed. Met moeite krijgt hij de dekens onder haar vandaan en kan hij haar instoppen, in de hoop dat ze nog wat uurtjes rust krijgt voor de nieuwe dag begint.
Ze zijn nu al een tijd bij hem thuis. Zijn manager heeft kunnen regelen dat ze elke keer met een vliegtuig terug kunnen zodra ze een concert hebben gehad. De laatste twee weken zijn de concerten in Spanje geweest dus was het elke keer mogelijk om naar huis terug te keren. Met Liz in zo’n emotionele staat en hun prille liefde, wil hij het niet riskeren haar teveel onder druk te zetten. Hij weet dat ze een beetje last heeft van heimwee, maar haar nachtmerries lijken daar niet veel mee te maken te hebben. Die hebben een andere oorzaak denkt hij, al weet hij niet welke oorzaak.
‘Lorenzo?’ hoort hij Liz zachtjes zeggen als hij in gedachte verzonken, richting de deur van haar kamer loopt. Meteen draait hij zich om.
Hij ziet Liz rechtop komen in bed. Haar ogen strak in de zijne gericht. Ze glimlacht even. Een onzeker glimlachje, maar wel weer een die zijn hart doet overstromen van liefde. Een warm gevoel verspreidt zich in zijn lichaam. Liefde, en de wil om haar te beschermen tegen alles wat er op hun, en zijn Liz, afkomt.
‘Blijf vannacht.’ zegt ze dan zachtjes. Even weet Lorenzo niet wat hij hoort. Na elke nachtmerrie die Liz heeft, legt hij haar weer rustig in bed voor de rest van de nacht. Laat hij haar in alle rust verder slapen, gerustgesteld dat hij altijd dicht in de buurt zal zijn. Maar nog nooit is hij bij haar gebleven in zijn eigen huis.
Lorenzo knikt. Hij loopt naar de stoel in de hoek van de kamer om plaats te nemen.
‘Nee, hier.’  zegt Liz dan. Ze schuift een beetje op en klopt naast haar op het bed. Lorenzo blijft midden in de kamer staan, niet goed wetende wat hij moet doen. Hij wil haar beschermen, maar hij wil haar wel de ruimte geven.
‘Alsjeblieft’ zegt ze dan. Lorenzo loopt naar haar toe en kruipt onder de dekens waar Liz ze voor hem openslaat. MEt een klein glimlachje kruipt Liz zich tegen hem aan en sluit haar ogen weer.

‘Wil je wat vertellen?’ vraagt Liz.
Als Lorenzo niet antwoord, zegt Liz: ‘Ik wil je stem horen, het maakt me rustig.’
‘Oké. Wat wil je me horen vertellen?’
‘Vertel me… Wat je van me vond toen je me voor het eerst zag.’ antwoord Liz. Lorenzo gniffelt even, om zijn eigen gedachten waarschijnlijk.
‘Dat is een leuk verhaaltje ja. Jouw eigenwijze koppige blik toen ik per ongeluk je drankje over je heen gooide bij het concert.’ Liz lacht nu ook een beetje. Als ze eraan terugdenkt, was ze zeker een beetje opstandig ja. Maar kijk waar het haar gebracht heeft.
En terwijl Liz zich nog eens nestelt in de armen van Lorenzo, haar haren strelend, begint hij aan zijn verhaal.
‘Toen ik tegen je op rende in de gangen, was ik eigenlijk in beslag genomen door heel de sfeer en het publiek. Ik had het naar me zin, zat lekker in de flow. Maar jouw ogen, de felheid die ze uitstraalde toen je overeind kwam van de grond, ze lieten de wereld stilstaan…’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *